Groenten

In een gezonde keuken krijgen groenten een ereplaats. Groenten leveren vezels, koolhydraten en verschillende vitamines en mineralen.Elke groente heeft haar specifieke waarde. Om daar ten volle van te kunnen genieten, geef je de voorkeur aan afwisseling, variatie en een portie van 300 g groenten per dag. Hoe verser je de groenten eet, hoe meer voedingsstoffen er behouden blijven. Door de juiste bereidingsmethode toe te passen, haal je meer smaakstoffen naar boven.

Kies voor groenten van het seizoen

Groenten hebben van alle voedingsgroepen de laagste WV. Verschillen worden veroorzaakt door de grootte van de opbrengst (kg) per hec- tare en of de groente extra water via irrigatiesy- stemen krijgt. Asperges en artisjokken hebben een lage opbrengst en dat verklaart hun hoge WV. Hoe verder van hier de groenten worden geproduceerd, hoe groter de milieu-impact. Peruviaanse asperges leggen in de winterperiode tot 10.000 km af. Asperges groeien goed op lichte zandgrond, ook bij ons. In een goed jaar vanaf april, na een strenge winter vanaf mei tot juli.

Elk seizoen is anders

Elke plant heeft bepaalde omstandigheden no- dig om te kiemen, te groeien, in zaad te komen en vruchten te dragen. Een tomaat heeft een minimumtemperatuur van 18° Celsius en veel licht nodig om te groeien en te rijpen. Daarom kan ze bij ons in de winter moeilijk in openlucht worden geteeld. Groenten van het seizoen die dichtbij werden geteeld, hebben een kleine EV. Ze verbruiken weinig transportkilometers en worden niet geteeld in een verwarmde serre.
De zomer biedt een waar groentefestijn. Je hebt de bladgewassen waartoe zeker 20 eetbare
slasoorten behoren. Vruchtgewassen zoals aubergines, komkommers en tomaten zijn zuiderse vruchten, maar ze kunnen met een minimale bescherming – een niet-verwarmde serre – dichtbij worden geproduceerd. Verse peulvruchten zoals prinsessen- en snijbonen heb je een zomer lang, soms tot diep in de herfst. Knolgewassen en wortelgewassen zijn eerder typische wintergroenten. Ze slaan voedings- stoffen op in hun wortel of knol en kunnen lang worden bewaard. Vooral sluitkolen als wittekool en rodekool doorstaan de winter goed. Pompoenen zijn vruchtgewassen die je oogst in de herfst en die je als je ze op een goede plaats bewaart een hele winter lang kunt eten.
De herfst wordt niet voor niets de oogstperiode genoemd; de variatie aan groenten is dan het grootst. Het voorjaar biedt vooral jonge, frisse groenten: de primeurs. De eerste drie maanden van het jaar heb je de kleinste variatie aan groenten.

Enkele merkwaardige groenten

  • Pastinaak is een witte grillige wortel die je verwerkt in stoofpotjes en soep of die je kara- melliseert onder de grill. Pastinaak is er van november tot april.
  • Warmoes kun je van mei tot oktober eten. Je eet zowel de stengel als het blad, al dan niet apart. Gebruik warmoes bijv. in de plaats van spinazie. Warmoes kun je stomen of stoven; deze groente eet je gewoonlijk niet rauw.
  • Spitskool heeft wat weg van wittekool maar hij heeft een spitse top en een fijnere smaak. Je kunt spitskool rauw eten. Je vindt deze groente van mei tot oktober in natuurvoedingswinkels, bij de biogroenteboer en bij de biogroothandel.
  • Schorseneren zijn een poosje onterecht in de vergetelheid geraakt. Als ‘winterasperges’ klin- ken ze meteen smaakvoller. Asperges hebben de hoogste WV in deze groep. Beperk je tot de inlandse van april tot en met juni. In de winter zijn gegratineerde schorseneren met roquefort een aanrader.
AttachmentSize
fiche3_groenten_lr.pdf230.74 KB